Trapper op vakantie

Het is al weer enige tijd geleden dat Trapper van zich heeft laten horen. Laat ik niet ingaan op de achtergronden daarvan, hier is ie weer.
Trapper is op vakantie. In het buitenland. Dat is toch wel voorwaarde voor het ultieme vakantiegevoel, de grens over. Het ene buitenland is het andere niet. Ik heb heel wat vakanties in Frankrijk doorgebracht, deze keer ben ik in Groot Brittannië, Wales om precies te zijn. Wij zijn geneigd te spreken over Engeland, maar zeg dat niet tegen een Brit, want daar komen vragen van. Niet zomaar worden hier referenda georganiseerd om de mogelijkheden van afsplitsing of autonomie te onderzoeken. Nu moet ik zeggen, Wales is wel even wat anders dan de streek waar we aan het begin van de zomer met onze eigen club waren. Begin juni waren de Rouleurs in Kent en Sussex, wat we gewoon regio’s mogen noemen. Mooie  glooiende streken, met korte felle klimmetjes van weggetjes die gekenmerkt worden door een verlaagd talud met daarnaast veelal heggetjes, die je zo geweldig het uitzicht ontnemen. Dat is trouwens wel Engels, die weggetjes met heggen, of vaak ook muurtjes er langs. Die kom je door het hele land tegen. Ook hier in Wales. Er is hier een berggebied dat men de romantisch klinkende naam Snowdonia heeft gegeven. Een middelhoog gebergte in noord-Wales met toppen tot boven de 1000 meter. Op dit moment spreek ik zelf liever van Raindonia, omdat ik geen sneeuw heb gezien, maar vooral al dagen in de regen zit. Het weer kan erg tegenvallen wist ik vooraf, maar optimistisch als we zijn kan het dan ook meevallen, Toch? Niet dus, het valt nu al bijna een week erg tegen en de vooruitzichten zijn niet hoopgevend. Trapper komt niet aan fietsen toe. Nu ben ik geen slaaf van mijn fiets en als er geen te verwachten genotsbeleving in de fietstocht zit heb ik natuurlijke remmingen die mij hinderen mijn fietskleren aan te trekken. Kortom: als het regent ga ik niet op pad. Ik heb wel op mijn laptop leuke routes gemaakt die ik kan rijden hier in de buurt. Die kan ik dan overzetten op mijn GPS. Op die manier geeft het me toch een beetje het gevoel met de fiets op pad te zijn. Fietsen in Engeland, in meerdere opzichten een bijzondere ervaring. Natuurlijk is daar als eerste het links rijden. Iets waar ik zelf weinig moeite mee heb en, wat ik gisteren in de auto merkte, eigenlijk wel als een natuurlijke rijrichting ervaar. In de auto zit je stuur onhandig aan de verkeerde kant, op de fiets speelt dat probleem niet. Het probleem op de fiets is het blinde vertrouwen dat je moet hebben in het links rijden. Stel je voor: de eerder beschreven weggetjes met heggen erlangs en dan de bochten naar links. Als wielrenner leer je dat de juiste bochtentechniek is om door de bocht vooruit te kijken. Helaas, de heg ontneemt je de kans om wat dan ook door de bocht te zien. Blind vertrouwen is dan heel belangrijk, waarbij je er van uit moet gaan dat je tegenligger gewoon ook zijn linkerkant van de weg zal aanhouden. Hier in Wales zijn er dan nog onvoorspelbaarheden in de vorm van schapen, die geregeld los lopen op de weg. Die houden niet links, niet rechts, maar gewoon hun schapenkop aan. Hoe dan ook, het blijft elke weer een ervaring om tijdens mijn vakantie tochtjes op de fiets te doen. Alleen moet het dan wel eerst een beetje droog zijn. Maar aan dit weer hebben we nu wel weer een leuk verhaal te danken. Altijd wat om over te schrijven.

Trapper

Uit de tochtencommissie geklapt…
 
Een nieuw seizoen, een nieuw programma. Kinkt logisch, is vertrouwd. Maar voordat er zo’n programma op de rol staat is er wel heel wat regen uit lucht komen vallen. Bij de Rouleurs hebben we dat allemaal goed georganiseerd. We hebben een bestuur en we hebben een tochtencommissie. Uitgaande van een fiets zit het bestuur zo ongeveer aan het stuur te draaien, terwijl de tochtencommissie het stuur zelf is. Ik moet natuurlijk oppassen met wat ik zeg, want voordat je het weet geeft het bestuur een slinger aan het stuur en vliegen we met z’n allen grandioos uit de bocht. Maar ja, een fiets zonder stuur is ook niet bepaald handig. Probeer zo maar eens de gewenste kant op te rijden. Vroeger had men fietsen zonder stuur. Moest je bij elke hoek afstappen, je rijwiel in de juiste richting zetten en kon je weer verder rijden. Trappen was er toen nog niet bij, we hebben het over de loopfietsentijd. En ja, hoeveel richtingen kon je toen helemaal uit? Zou er toen al een Trapper geweest zijn?
Terug naar het heden, terug naar de Rouleurs. Een toerkalender lijkt zo gemaakt. Je prikt wat data in de kalender, zet er een ritje bij, geef het een afstand en klaar is je toerkalender. Nee, dan moet je je eens een vergadering van de tochtencommissie voorstellen. Op tafel ligt een kalendervoorstel, met een beetje geluk liggen er alternatieven naast en dan begint het gesodemieter. Op die datum kan niet, want dan hebben we vakantie. Een andere datum is het carnaval, of moeten we paaseieren zoeken met de (klein)kinderen. Vaderdag, Moederdag. We mogen blij zijn dat we geen kalender voor de winter hoeven samen te stellen, want het zou allemaal niet passen. Vakanties lopen in het land al jaren niet meer gelijk, dus als je daar rekening mee wil houden. Vooruit, dan heeft de commissie zijn data op een rijtje gezet, moet er nog gekeken worden welke bestemmingen er volgend jaar aangedaan zullen worden. Eerlijk is eerlijk, zo’n commissie is niet zomaar een groepje fietsers, nee daar zitten mensen in die hun huiswerk goed gedaan hebben. Blijkt dat sommigen al nagedacht hebben over welke kant de vereniging volgend jaar opgestuurd zal gaan worden. Als dan na wat controlewerk ook de afstanden nog mooi oplopend neergezet kunnen worden hoeven er alleen nog maar mannetjes aan tochten gehangen te worden. En ja hoor, ook hier blijkt zonder massagemiddel snel overeenstemming te zijn tussen de verschillende stuurmannen. Doe mij maar die, en dan assisteer ik bij de andere. En zo poetst de tochtencommissie langzaam aan een prachtig glimmende kalender, waarvan het resultaat in dit blad te vinden is. En tot slot, naar traditie van de tochtencommissie, wordt aan het eind van zo’n vergadering gezamenlijk het glas geheven. In navolging daarvan is te hopen dat de leden ook samen het gevulde glas omhoog zullen houden: Op een geslaagd seizoen 2014. Proost!
 
Trapper.


LEKKER VEILIG, zou een goede naam kunnen zijn voor een actie van VVN voor het fietspadgebruik. Nederland het fietspadland. Een hot item als je de media de laatste tijd moet geloven. Het lijkt wel oorlog op het tot voor kort meest vredelievende stukje Nederland. Ongelukken met fietsers. Verwijten over en weer tussen fietspadgebruikers. Ondanks de bromfietsers die al geruime tijd geleden weggestuurd zijn maar vooral dankzij de naam die deze groep weggebruikers al die tijd al hebben: langzaam verkeer. Ja, dan vraag je om problemen, aangezien het ene langzaam het andere niet is en de verschillende gebruikers elkaar (onwetend)  bevechten wie het meest recht op die titel heeft. Langzaam verkeer dus. Als wielrenners zijn we dat niet en willen we dat ook niet zijn. Maar een E-biker denkt dat te zijn, maar is het vaak ook al lang niet meer. Veel E-bikers rijden sneller dan ze kunnen denken. Dat geeft ongelukken. De aanduiding langzaam verkeer dekt al lang de lading niet meer. Even een opsomming van wat je tegenwoordig zoal op het fietspad kan aantreffen: fietsers, in allerlei soorten en gradaties, kind of bejaard, van sportief tot boodschapper, van bak- mand- lig- tot aanhangfiets en nog veel meer creatieve uitspattingen. Maar dan verder, wat doen die fietsers tegenwoordig zoal: naast elkaar fietsen (scholieren kunnen dat heel goed met vieren), kletsen (kunnen wij ook goed), bellen, SMS-en, whatsapp-en, muziek luisteren (met wel gigagrote koptelefoons op). Het lijkt tegenwoordig bijzonder als je iemand ziet fietsen zonder touwtjes uit zijn oren. En dan zijn er nog andere “langzamen” zoals skaters, skateboorders, wandelaars en natuurlijk de snorfietsers, scooteraars of welke liefkozende term ze ook mogen hebben. Dit alles (en nog meer) beweegt zich tegenwoordig op het fietspad. Niet simpel allemaal in dezelfde richting, nee, een hedendaags fietspad kent (vaak ongevraagd) steeds vaker tweerichtingsverkeer. En daar zijn de meeste fietspaden helemaal niet op ingericht. Nu ik toch bezig ben wil ik gelijk even mijn irritatie uiten over de soms onbegrijpelijk oplossingen die verkeersknooppunten ontwerpers kunnen bedenken om de fietser zo ver mogelijk bij de automobilist vandaan te houden. Haakse hoeken, slalom oplossingen, daar waar je als fietser graag gewoon een rechtdoor gaande route volgt. Om maar te zwijgen over fietspaden die ineens ophouden te bestaan, of ook leuk: bij wegopbrekingen het bord  “FIETSERS AFSTAPPEN” plaatsen. Heb je ooit bij een autoweg opbreking het bord “AUTOMOBILISTEN UITSTAPPEN” zien staan? Zou mooi zijn. Goed, fietspad gebruikers dus, een pot nat. En dan verbaast men zich over het (ogenschijnlijk) toegenomen aantal ongevallen (met) fietsers. Het is bekend dat bij fietsongevallen zelden of nooit een oorzaak wordt vermeld, maar we merken wel dat al die gebruikers lang niet meer zo vriendelijk op elkaar reageren. Ik zou graag mijn column besluiten met een oplossing. Maar helaas, die heb ik niet. De bel op mijn ene racefiets levert amper verschil met die andere zonder. Het lijkt op overbevolking, maar ik ken veel drukkere situaties die altijd goed gaan. Tolerantie, zou dat het zijn? Dat lijkt me iets waar we in onze opvoeding misschien wat weinig van mee krijgen. We schreeuwen graag en snel naar een ander. Is dit het misschien? Dan heb ik het bovenstaande wellicht voor niets geschreven.

Trapper

Fietsen is net als ............

Wind tegen is altijd lastig. Zeker als die wind recht uit zee komt en buiten de wind ook nog wat zandresten blijkt mee te voeren. Calais 23 juni 2013. Na een nachtje in een jeugdherberg vertrekt een groep Rouleurs voor dag twee van hun rit. Dag een was onstuimig verlopen. Tweedaagse weer blijkt inmiddels een begrip geworden te zijn. Nat, druilerig en weer waarvoor je een route inkort. Dat soort weer dus. Er was goede hoop dat het beter zou zijn, hoewel tegen beter weten en matige voorspellingen in.  Enthousiast rijdt een groep fietsers de stad uit, tussen de huizen door tot ze gegrepen worden door de vrije kracht van de wind. Tegenwind!  Zo voelt dat. Als je je benen stil houdt is gelijk alle vaart er uit. Een soort vlakke helling, maar dan zonder top in zicht. Hoewel, verderop blijkt er ook geklommen te moeten worden. Dat wil zeggen, de weg loopt gestaag omhoog. Normaal gesproken geen probleem voor een getrainde Rouleur, maar in deze situatie toch echt heel anders. Goed dat er mannen op kop willen rijden. Maar pas op, als ze even niet opletten driegt de groep achter hen de aansluiting te verliezen. Bij elkaar in het wiel kruipen, liefst zo dicht mogelijk, dat is noodzaak. Eenmaal los lijk je niet meer bij te kunnen komen. Op de helling naar de “Witte neus” raakt een groepje renners achterop. Er wordt nog geroepen om op elkaar te wachten, maar dat bereikt de voorkant van de groep niet. Tegenwind blaast het geluid naar achteren. Eenzaam staat een man te wachten en ziet de groep uit het zicht verdwijnen. Het grijs in. Wachtend op de rest die ongetwijfeld nog moet komen. Vanachter een heuvel verschijn eerst het verhoogde dak van een bus en weldra blijkt er een groepje renners voor te rijden. Krom over hun stuur gebogen. Laag ineen gekropen om zo min mogelijk van de wind te pakken. Zwoegend rijden ze voort over de gestaag stijgende weg. En inderdaad, bovenop blijkt de rest van de groep de code begrepen te hebben. Bovenop wachten was de afspraak. En zo gebeurde het. 20 km verder draaien ze het binnenland in. Na het zwoegen voelt dit als een beloning. Opgetogen komen de verhalen weer los en even later zal de zon doorbreken.

Fietsen is net als het leven: soms is het zwaar en moet je flink knokken. Verderop lacht het leven je weer toe… en daar tussen gebeurt ook nog van alles.

Een fijne vakantie gewenst.

Trapper. 

Het stukje van mij

Bergen bij huis. Die hebben we dus niet. Dat is simpel. We kunnen ons wel hobbels voorstellen, zoiets als viaducten of opgedoekte vuilstortplaatsen, maar dat is het natuurlijk niet echt. Voor het betere klimwerk moeten we echt even de deur uit. Het eerste waar je dan aan denkt is de Cauberg of de Keutenberg. Beiden “berg” in de naam besloten, dus dat zal wel goed zijn. Zuid Limburg, de heuvels waar wij Nederlanders trots op zijn. Toch roepen die bij mij niet de warme gevoelens op van het rijden in de bergen. Ik ga liever nog een uurtje verder met de auto alvorens ik mijn fiets uitlaad. Zoals Bram Vermeulen zingt over het stuk van hem dat in de Ardennen is blijven steken, zo komt er bij mij steevast een stukje bij zodra ik in de Ardennen ben. De afwisseling van vergezichten, gemengd met de grilligheid waarmee weggetjes de bergen opslingeren en de dorpjes die her en der opdoemen tussen de plukken bos of achter een volgende rug. Adembenemend steil soms, maar evengoed ook met vriendelijke dwang je omhoog leidend. Altijd lang genoeg om te weten dat een berg meer is dan even op de pedalen gaan staan. Anders dan je medefietsers even verrassen met een splijtende demarrage. Ergens halverwege de klim kom je jezelf dan zeker tegen, en komen tegenstanders wel weer langs.  Natuurlijk weet ik ook wel dat je 6oo km  zuidelijker moet gaan voor het echte werk, toch zijn de Ardennen voor mij hoog genoeg om bergen tegen te mogen zeggen. Vorige week was ik er nog 4 dagen. Koud, maar hartverwarmend. Jammer dat de wegen er zo zwaar verwaarloosd worden. Dorpjes worden meer en meer verlaten, de plaatselijke cafés doen hun deuren voorgoed dicht. Groepen motorrijders wringen zich door het landschap, een golf herrie met zich meevoerend. Druilerig weer, maar bergen die blijven. Zweten om boven te komen, een deeltje van het landschap. De strijd met jezelf, de klim die soms langer is dan een liedje kan duren. Maar blijven malen in je hoofd, lekker in een ritme, jezelf opgelegd ergens gaandeweg de klim. En boven niet weer weten wat het liedje was, omdat je longen zich vullen met frisse lucht en je ogen een nieuwe blik waarnemen. Die Ardennen. Doe mij er een onsje meer van.

Trapper