Het nieuwe fietsseizoen is inmiddels ruim van start. Dat wil zeggen, qua kalender, gezien het tijdverloop. Ja, ook ik heb me beklaagd bij de weergoden, heb me georiënteerd waar ik mijn schriftelijke klacht kon indienen. Helaas, het geloof heeft me ook op dit moment geen houvast kunnen bieden: weergoden bestaan gewoon niet. Maar goed, dan maar van je eigen kracht uitgaan. Sneeuw en kou trotserend op het moment dat ik het echt nodig vond. Ik stel vast dat ik er niet slechter van geworden ben, hoewel ik mijn omgeving regelmatig heb moeten uitleggen welk plezier ik er aan beleefde. Inmiddels is de zomertijd ingegaan en weet ik dat de avonden ons in de gelegenheid stellen om er samen op uit te trekken. Dinsdagvond en donderdagavond zijn de vaste fietsavonden voor mij. Hoewel soms van verschillende kanten geknabbeld wordt aan de mogelijkheden om me in de avond aan te sluiten, weet ik dat de stap om mijn fietskleding aan te trekken toch steeds weer uit mijzelf moet komen. Het is wikken en wegen, dan weer twijfel over de wil om te gaan. In het drukke bestaan van de dag, werk dat je aan alle kanten in beslag neemt, moet ik mezelf soms dwingen om er op uit te trekken. Ja, het is soms passen en meten. Woekeren met de tijd. Aan de andere kant, ik kan dan wel een beetje zitten klagen, maar als ik echt wil dan ga ik gewoon. Eerlijk gezegd is fietsen gewoon een kwestie van tijd maken. Je kan er in je agenda gewoon rekening mee houden dat je op gezette tijden niet aanspreekbaar bent voor collega’s. Ja, en dan ook echt niet aanspreekbaar hè. Dus ook je mobiel even niet opnemen als er iemand van het werk belt. Ik heb altijd medelijden met die fietsers die op een onmogelijke plaats ineens de berm in moeten om een telefoontje te beantwoorden. Nee, mij niet gezien. Ik ga fietsen en dan ga ik ook fietsen. Daar mag je me aan houden.


Trapper