Tijdens mijn afgelopen vakantie maakte ik zoals gebruikelijk weer een van mijn fietstochten. Ergens in het zuiden van Frankrijk reed ik die warme dag een vrij lange rit waarbij ik onderweg ook nog wat wilde eten. Een niet erg toeristische streek, dus een terrasje was lastig te vinden. Gevonden in een klein dorpje, parasolletjes markeerden de uitspanning. De enige in de wijde omtrek. Ik zat net op het half bevolkte terras toen een vriendelijke jongedame mij kwam vragen wat ik wilde nuttigen. Zoals gebruikelijk bestelde ik mijn café au lait en informeerde gelijk of er nog iets te eten was. Nee, helaas, eten zat er niet meer in , het liep al tegen tweeën en de keuken was inmiddels gesloten. Strikt volgens de regels lunchen de Fransen tussen 12 en 2, dus ja, dan loop je dat risico. Ze zou voor me kijken of er nog iets van taart was. Niet veel later kwam ze terug om me te melden dat men bereid was een gevuld bord voor me klaar te maken met daarop allerlei vers, met rauw en pasta, en wat ze allemaal nog meer vertelde in het Frans. Het klonk fantastisch en enthousiast reageerde ik instemmend.
Nippend van mijn koffie bedacht ik me wat het resultaat zou zijn. En daarbij, een prijs was me ook niet verteld. Wat maakte het me ook uit, als ik maar wat te eten kreeg. Ik moest immers ook nog de 2e helft van mijn rit volmaken. Het zal geen 10 minuten later zijn geweest dat het meisje kwam aanlopen met een wel heel rijkelijk gevuld bord. Vers gekookte pasta, salade, verse groente, dikke plakken warme ham en nog veel meer lekkers. Ik complimenteerde haar met het gebodene en kon niet wachten om aan te vallen. Even later kwam er uit de zaak een klein vrouwtje naar me toe om te informeren of het naar wens was. Ze bleek de kok te zijn. Ik maakte haar duidelijk dat dit boven verwachting was, maar het meest verbaasde ik mij toch over de gesloten keuken. Ja, dat was dan wel zo, maar een fietser kun je niet met een lege maag op pad sturen. Die moet goed gegeten hebben en stevige spieren om de bergen in de omgeving te kunnen bedwingen. Ze maakte daarbij een gebalde vuistbeweging om haar verhaal kracht bij te zetten. Ondertussen waren er een tafeltje naast mij een aantal Nederlanders aangeschoven die graag nog wilden lunchen. Ook zij kregen de mededeling dat de keuken gesloten was. En voor hen ging die niet even van het slot af. Ze waren met de auto. Er werd flink wat gemopperd met als resultaat dat ze opstapten. Ik zat stilletjes te genieten van mijn maaltijdbord en liet wijselijk niet blijken dat ik een landgenoot was. Verheugd over de voorrechten van de fietser informeerde ik naar de rekening. Die was zo gering dat er een dikke fooi bij kon. De rest van mijn dag kon niet meer stuk. Fluitend fietste ik daarna de resterende cols op. Nog een reden waarom ik altijd mijn fiets meeneem op vakantie.

Trapper