Het stukje van mij

Bergen bij huis. Die hebben we dus niet. Dat is simpel. We kunnen ons wel hobbels voorstellen, zoiets als viaducten of opgedoekte vuilstortplaatsen, maar dat is het natuurlijk niet echt. Voor het betere klimwerk moeten we echt even de deur uit. Het eerste waar je dan aan denkt is de Cauberg of de Keutenberg. Beiden “berg” in de naam besloten, dus dat zal wel goed zijn. Zuid Limburg, de heuvels waar wij Nederlanders trots op zijn. Toch roepen die bij mij niet de warme gevoelens op van het rijden in de bergen. Ik ga liever nog een uurtje verder met de auto alvorens ik mijn fiets uitlaad. Zoals Bram Vermeulen zingt over het stuk van hem dat in de Ardennen is blijven steken, zo komt er bij mij steevast een stukje bij zodra ik in de Ardennen ben. De afwisseling van vergezichten, gemengd met de grilligheid waarmee weggetjes de bergen opslingeren en de dorpjes die her en der opdoemen tussen de plukken bos of achter een volgende rug. Adembenemend steil soms, maar evengoed ook met vriendelijke dwang je omhoog leidend. Altijd lang genoeg om te weten dat een berg meer is dan even op de pedalen gaan staan. Anders dan je medefietsers even verrassen met een splijtende demarrage. Ergens halverwege de klim kom je jezelf dan zeker tegen, en komen tegenstanders wel weer langs.  Natuurlijk weet ik ook wel dat je 6oo km  zuidelijker moet gaan voor het echte werk, toch zijn de Ardennen voor mij hoog genoeg om bergen tegen te mogen zeggen. Vorige week was ik er nog 4 dagen. Koud, maar hartverwarmend. Jammer dat de wegen er zo zwaar verwaarloosd worden. Dorpjes worden meer en meer verlaten, de plaatselijke cafés doen hun deuren voorgoed dicht. Groepen motorrijders wringen zich door het landschap, een golf herrie met zich meevoerend. Druilerig weer, maar bergen die blijven. Zweten om boven te komen, een deeltje van het landschap. De strijd met jezelf, de klim die soms langer is dan een liedje kan duren. Maar blijven malen in je hoofd, lekker in een ritme, jezelf opgelegd ergens gaandeweg de klim. En boven niet weer weten wat het liedje was, omdat je longen zich vullen met frisse lucht en je ogen een nieuwe blik waarnemen. Die Ardennen. Doe mij er een onsje meer van.

Trapper