De achterkant van Gulpen in een paardendeken

 

De monsterrit naar Gulpen ging gelukkig dit jaar wel van start. Vorig jaar stonden we als verzopen katten op het Dorpsplein te debatteren. Nee dit jaar het was lekker weer en een groep van 32 renners ging onder leiding van de tourdirecteur na de tweede rotonde al rechtdoor. Toon floot ze snel terug en nadat hij zelf door het zonlicht verblind een afslag bij Borkel en Schaft mistte kwam de groep onder leiding van John toch bij de koffie aan. In eerste instantie dacht ik dat ik als aangewezen redacteur weinig te melden had. Alles liep lekker gladjes, buiten het hinderlijke koffiemolentje van een van onze vrouwelijke coureurs, was er geen vuiltje aan de lucht. Cancelara Piet had andere verplichtingen en kon dus niet voor de nodige reuring zorgen.

Onze tweede stop in Bilzen kwam veel sneller dan verwacht, we gleden letterlijk  op wieltjes.

Peter Bakker trok het peloton na koffie met gebak vervolgens met (te) veel verve richting de Limburgse heuvels, zijn tol werd later alsnog betaald.

Herman had ooit bij het postkantoor blijkbaar een 10 busbergrittenkaart gekocht voor deze heuvels, die alleen nog dit jaar geldig was. John die het achterland beheerde, probeerde tevergeefs met opzwepende en motiverende gebaren onze tourdirecteur te behoeden voor het gebruik van zijn kaart. Nee er was voor betaald dus opmaken die strip!

Niet veel later na onze traditionele stop aan de Rue de Richelle vond John een onverwacht nieuw slachtoffer. Nee de schrijver van dit stukje kwam wel zijn de buurt maar reed met enige moeite nog voor het koffiemolentje en voor……Franske! Hoe was dit nu mogelijk , Frans die nooit achterin het peloton verblijft had blijkbaar tijdens de stop bovenop de Richelle verouderde koeken met blauwzuur gedronken.

Dit was hem niet goed bekomen, een enorme druk vormde zich aan de achterkant van de Gulp die ontsproot in een gloeiende lavastroom die een uitweg zocht naar beneden. John zag en rook dit schouwspel aan en dirigeerde met zijn telefoon met spoed de hulpbus naar arme Frans. Het idee van Frans om aan te bellen bij een willekeurig huis en een aardige dame zover te krijgen dat zij haar douche ter beschikking zou stellen werd door onze dorpskapper als onzinnig betiteld. Ik zag mijn vrouw al de deur open doen voor deze fietsende latrine. Benggg zou de deur dichtknallen!

Hoe nu verder? Een verschonend beekje was niet voorhanden voor onze arme Frans. Een laatste  alternatief was als een cocon zich te wikkelen in een bruine paardendeken uit de Royal Stone Bus. Na wat heen en weer gediscussieer mocht Frans toch op de door de tourdirecteur verlaten voorstoel plaats nemen in de bus.

Een lijdensweg volgde richting Berghem. Het daar aangekomen peloton  met meer dan 200 km op de teller, genoot van een ander soort oud bruin en de nodige Gerardusbergers. Langzamerhand kwam ons Franske weer bij zijn positieven en genoten we allen van de traditionele Schnitzel met friet en ijs. Eind goed al goed! Met een paardendeken minder vertrokken we voldaan en moe in de grote bus richting Ulvenhout. Deze mooie zonnige dag hebben we tenminste binnen want , de aankomende tweedaagse zou het gegarandeerd gaan regenen volgens de auteur. Of deze inschatting juist was kun je hierna lezen in het verhaal van Adonis Rekkers.

 

Frits Foekens