De Ardennen tweedaagse!
Op zaterdag 17 juni begonnen 28 Rouleurs aan de tocht waar velen twee jaar naar hadden uitgekeken, en een aantal ook twee jaar tegenop hadden gezien. Om niet geheel duidelijke redenen worden tweedaagse tochten nu eenmaal tweejaarlijks gehouden, en na de prachtige rit door Zuid-Engeland in 2015 was de jeuk in de benen bijna niet meer om te houden.

Na een korte nacht en een lange autorit arriveerden we bij een camping in Stoumont, waar Peter Bakker werd ontvangen alsof hij de eigenaar was. Het is dan ook ongeveer zijn tweede woonplaats, wat waarschijnlijk ook de reden is dat hij de Ardennen beter kent dan ik de weg naar mijn werk. Wat een fantastische route bleek hij te hebben uitgezet met veel stille maar uitstekend berijdbare weggetjes door dromerige landerijen met schitterende panorama's!

Om half negen stond iedereen in Rouleurstenue aan de start.  Het deelnemersveld was een mooie afspiegeling van ons ledenbestand: van rustige C's tot triple A's die de totale 280 km achteloos in één dag hadden kunnen rijden, van jong tot oud, en deze keer gelukkig ook met veel (zes!) vrouwen. Hoe zorg je ervoor dat iedereen dan toch aan zijn trekken komt zonder zich over de kop rijden? In zijn traditionele herderlijke toespraak voor de start legde Ruud het uit: tot de eerste pauze zouden we in een rustig tempo samen rijden, daarna zou gespitst worden in een snelle groep 1 en een langzame groep 2. Die eerste 45 kilometer ging zo relaxt dat ik besloot om het na koffie met taart eens bij de snelle jongens te proberen. Dat bleek toch wel erg overmoedig.  Frans, die een vermogen had gespendeerd om zijn vermogen te kunnen meten, Luc, de jongste én meest explosieve van ons allemaal, en de vaste waarden Raoul, Jean Paul, Geert en Gerald knalden zo hard iedere klim in dat ik na 15 km de tong op de schoenen had. Toen ik aankondigde dat ik me uit de groep terug zou laten zakken werd dat tot mijn verwondering niet met gejuich ontvangen, maar volgde onmiddellijk het aanbod om het rustiger aan te doen. Goed te ervaren dat ook bij de snelste Rouleurs het samen-uit-samen-thuis belangrijker is dan het eigen gerief. Maar, toen bleek dat Harry, Jos, Ton en Solange best bereid waren om mij gezelschap te houden durfden ze me los te laten en waren ze binnen een paar minuten stipjes aan de horizon. In de nu ontstane "1b-groep" bleek Solange voor de heren een grote inspiratiebron voor hoffelijkheid. Bij iedere klim fietsten Ton en Jos vooruit om de weg te verkennen en zo nodig vrij te maken, en Harry en ik bleven als bodyguards en leuterpaal bij haar in de buurt. Op het vlakke en bergaf gingen we in X-formatie gelijk de koningin geëscorteerd door 4 marechaussees. En fietsen kan ze! Haar wens om bij de Marmotte over 2 weken goud te halen zou heel goed uit kunnen komen.

De tweede pauze van dag 1 was niet bij een restaurant, maar op een verlaten terras van een bijna verlaten camping, waar we gefourageerd werden vanuit de volgbus. Jawel, volgbus! Herman, producent van werkbladen, had een prachtige bus gesponsord, bestuurd door Bente van Riel, die ons het hele parcours met gemiddeld 22 km per uur gevolgd is. Herman had er natuurlijk geen rekening mee gehouden dat VW-koppelingsplaten niet zo slijtvast zijn als zijn Topline werkbladen, waardoor je de bus eerder kon ruiken dan zien. Er kwamen gelukkig volop koeken en energiedranken zonder luchtje uit tevoorschijn. Het daarna volgende derde deel van de dag was relatief kort en gemakkelijk en op het eind van de middag, na 143 km, werd Le Bon Repos in Scheidgen  bereikt; een modern, zeer comfortabel hotel met grote bierglazen, goede wijn en een uitstekende "Gutbürgerliche Küche". In de avondzon op het terras werden de verhalen uit de verschillende groepen uitgewisseld. De enige valpartij bleek een soloactie van Kees van Hooijdonk te zijn geweest. Misschien is de conclusie daaruit wel dat het dragen van winterschoenen bij meer dan 25 graden niet zo goed is voor je stuurvermogen in haarspeldbochten. Hélène had de tocht ondanks een wespensteek probleemloos uitgereden, en alleen Jolande had vanwege kramp het laatste stukje in de volgbus meegereden.

Het diner: goed en gezellig. Veel gesprekken bij veel drank. Daarna weer naar het terras voor een afzakkertje: grappa, sambucco en voor een enkel serieus type, koffie. En uiteindelijk naar de slaapkamer met de toegewezen roommate.

Kleine rimpeling op zondagochtend: iedereen stond om half acht klaar, maar door een communicatiefoutje ging de ontbijtzaal pas tegen achten open. Met een half uur vertraging vertrekken was voor ons natuurlijk niet zo'n probleem, maar bleek dat wel te zijn voor de herbergier die speciaal voor ons zo'n 90 km verderop om 11 uur zijn tent had opengedaan om ons te voorzien van koffie en vlaai. Groep 1 en 1b arriveerden ruim op tijd, net als de verrassende groep 1c, Rudy's Angels, bestaande uit Ruud, Marinette en Roxanne. Daarna volgde een tijdje niets, alleen het handenwringen en gekreun van de uitbater die aankondigde de zaak écht om 1 uur te zullen sluiten en écht toch 29 consumpties zou rekenen, want Afsprach is Afsprach, nichtwar? Drie kwartier voor de deadline arriveerde fluitend groep 2, inclusief de soepel draaiende Marjolein, en Jolanda die ondanks de kramp van de vorige dag gewoon was opgestapt en uiteindelijk bijna de hele tweede dag fietsend zou volbrengen. Het zal nu wel opgevallen zijn dat ik alle dames bij naam genoemd heb, en dat doe ik inderdaad bewust omdat we nog nooit zo'n grote én goede groep (info Harry) bij een tweedaagse hebben gezien.

Het laatste deel van de zondagrit had nog een paar suizende afdalingen en een enkele zeer venijnige klim in petto. De snelle mannen die nog niet genoeg geleden hadden pakten er nog even de Cote de Wanne bij. Niet heel veel later reden we camping bij Stoumont weer op waar gedoucht kon worden en heerlijke huisgemaakte soep en spaghetti klaarstond.

Een weekend van superlatieven dus: topdeelnemers, toproute, topweer, tophotel, en geen één lekke band! Alleen maar één misschien bijna lekke band. Bij de laatste pauze bij de manege vroeg Ton mij eens aan zijn voorband te voelen. Ik voelde niets. "Ik voel toch echt een bult. Voel jij eens Harry!" Harry voelde wel een bult. Toen ik daarna weer mocht voelen voelde ik hem gelukkig ook. "Het lijkt me het beste dat ik achter jullie ga fietsen, want als ik voorop lig en een klapband krijg, dan vallen jullie over mij heen". Dat vond ik heel attent en nobel van Ton, vooral omdat we wind tegen zouden krijgen en ik weet hoe graag hij tegen de wind in fietst. Na een kilometer of 15 en twee haakse bochten naar links kwam Ton weer naar voren. De bult was verdwenen, dat kon hij voelen aan zijn stuur. En ook hij heeft de hele tocht zonder klapband uitgereden.

Marno